Ga naar de inhoud
AEROTECT

Standaarden en compliance

Het regelgevingslandschap waarin de DRID werkt

Dronedetectie via Remote ID werkt alleen omdat er gepubliceerde standaarden achter zitten. Hieronder staat welke dat zijn, wat elk van hen voorschrijft en welk deel de DRID uitvoert. Dit is de pagina die u doorstuurt naar een technisch evaluator.

Remote ID

Waar de verplichting vandaan komt

Remote ID is geen keuze van een fabrikant maar een Europese eis. Twee verordeningen leggen hem op, twee standaarden beschrijven hoe het signaal eruitziet.

  • Verordening (EU) 2019/945

    Bepaalt wat een drone moet uitzenden

    Gedelegeerde verordening inzake onbemande luchtvaartuigsystemen

    Legt de klassen C0 tot en met C6 vast en schrijft directe Remote ID voor bij de klassen C1, C2, C3, C5 en C6. De verordening bepaalt welke velden een drone moet uitzenden: serienummer, positie en hoogte van de drone, positie van de piloot, tijdstempel en noodstatus.

  • Verordening (EU) 2019/947

    Bepaalt wie waar mag vliegen

    Uitvoeringsverordening inzake regels en procedures voor de exploitatie

    Regelt de operationele kant: de categorieën open, specifiek en gecertificeerd, de registratieplicht voor exploitanten en de voorwaarden waaronder boven mensen of in een gecontroleerd gebied gevlogen mag worden. Dit is de verordening waar een vergunning of ontheffing naar verwijst.

  • ASTM F3411

    Bepaalt hoe het bericht eruitziet

    Standard Specification for Remote ID and Tracking

    De onderliggende technische specificatie. Beschrijft de berichttypen, Basic ID, Location en Vector, Self-ID, System, Operator ID en Authentication, en hoe die over Bluetooth en WiFi worden verpakt. Vrijwel elke fabrikant volgt deze specificatie, ook buiten Europa.

  • ASD-STAN prEN 4709-002

    Bepaalt wat in Europa geldt

    Aerospace series, UAS, Part 002: Direct Remote Identification

    De Europese invulling van ASTM F3411 en het middel van naleving voor 2019/945. Deze norm schrijft voor welke transporten een Europese drone moet ondersteunen en is daarmee bepalend voor wat een ontvanger in Europa moet kunnen.

Ontvangstmethoden

Vier transporten, apart genoemd

De standaard laat de fabrikant kiezen op welk radioprotocol de drone uitzendt. Wie er maar twee ontvangt, mist toestellen. De DRID luistert op alle vier tegelijk, met één ontvanger, zonder te wisselen tussen banden.

  • Bluetooth 4 Legacy Advertising

    Band:
    2,4 GHz
    Standaard:
    ASTM F3411 · EN 4709-002

    Het oudste en meest verbreide transport. Korte advertisingpakketten op de drie advertisingkanalen, waarbij het volledige Remote ID-bericht over meerdere pakketten wordt verdeeld. Consumentendrones van de eerste generatie zenden uitsluitend zo uit. Het bereik is het kortst van de vier.

  • Bluetooth 5 Long Range

    Band:
    2,4 GHz
    Standaard:
    ASTM F3411 · EN 4709-002

    Extended advertising over de Coded PHY met foutcorrectie, in de praktijk S=8. Groter bereik en beter bestand tegen storing dan Bluetooth 4. Nieuwere toestellen zenden hierop uit, soms in plaats van Bluetooth 4. Wie alleen Bluetooth 4 ontvangt, ziet die drones niet.

  • WiFi Beacon

    Band:
    2,4 en 5 GHz
    Standaard:
    ASTM F3411 · EN 4709-002

    De Remote ID-gegevens zitten in een vendor specific element van het beaconframe dat het toestel of de afstandsbediening zelf uitzendt. Komt voor bij drones die een eigen WiFi-verbinding met de afstandsbediening opzetten, onder meer in de 5 GHz-band.

  • WiFi NaN

    Band:
    2,4 en 5 GHz
    Standaard:
    ASTM F3411 · EN 4709-002

    Neighbor Awareness Networking, ook bekend als WiFi Aware. Het bericht gaat in service discovery frames, zonder dat er een verbinding tot stand komt. In Europa is dit onder EN 4709-002 een verplicht te ondersteunen transport, waardoor een ontvanger zonder NaN structureel gaten heeft.

De DRID ontvangt de vier transporten gelijktijdig. Er wordt niet gescand of gewisseld, waardoor een kort zichtbaar toestel niet tussen twee scans door verdwijnt.

Apparaat

Behuizing, montage en richtlijnen

De DRID hangt buiten, het hele jaar of drie dagen. Dit zijn de kaders waarnaar het apparaat en de radio-onderdelen zijn ontworpen.

  • IP67

    IEC 60529

    Stofdicht en bestand tegen tijdelijke onderdompeling tot één meter gedurende dertig minuten. Voldoende voor permanente buitenopstelling op een mast, dak of container, ook bij aanhoudende regen en schoonspuiten.

  • Passieve ontvangst

    Geen zendvermogen voor detectie

    De detectieketen luistert alleen. Er is geen zender die het luchtruim afzoekt, dus de DRID valt buiten de eisen die gelden voor apparatuur die uitzendt om drones te vinden, te storen of over te nemen.

  • RED 2014/53/EU

    Radioapparatuurrichtlijn

    Het kader voor radioapparatuur binnen de EU, inclusief ontvangers. Relevant voor de ontvangstketen en voor de optionele 4G-module, die als enige onderdeel van het systeem daadwerkelijk uitzendt.

  • EMC 2014/30/EU

    Richtlijn elektromagnetische compatibiliteit

    Zorgt dat het apparaat andere apparatuur op uw terrein niet stoort en zelf bestand is tegen de elektromagnetische omgeving van een podium, zendmast of installatie.

  • RoHS 2011/65/EU

    Beperking van gevaarlijke stoffen

    Beperkt het gebruik van onder meer lood, kwik en cadmium in elektronica. Geldt voor vrijwel alle elektronica die in de EU op de markt komt.

  • Montage

    Mast, dak of tijdelijke opstelling

    De unit gaat op een mast, een dak, een container of een statief, en wordt gevoed via één PoE-kabel. Voor een tijdelijke inzet staat hij binnen een uur; voor een vaste opstelling blijft hij het hele jaar hangen.

Vraagt uw inkoop- of veiligheidsafdeling om documentatie bij een aanbesteding, neem dan contact op. Dan bespreken wij welke onderbouwing er voor uw traject nodig is en wat wij daarvan kunnen aanleveren.

Meetcondities

Hoe wij bereikcijfers bedoelen

Een bereik zonder condities zegt niets. Een evaluator mag onze cijfers natesten, dus publiceren wij erbij onder welke omstandigheden ze zijn gemeten en wat ze omhoog of omlaag brengt.

Referentietoestel
Consumentendrone met Remote ID volgens EN 4709-002, standaard zendvermogen
Montagehoogte
Verhoogde opstelling, vrijstaand op mast, dak of hoogwerker
Zicht
Vrij zicht tussen toestel en ontvanger, geen bebouwing of begroeiing in de lijn
Antenne
Rondstralende antenne, 360 graden dekking
Open terrein
15 km
Bebouwd gebied
7,5 km
Met richtantennes
Ruim het dubbele van de rondstralende opstelling, binnen een beperkte openingshoek

Wat het bereik omlaag haalt

  • Een laag geplaatste ontvanger. Hoogte weegt zwaarder dan welke antennekeuze ook.
  • Bebouwing, staalconstructies en dichte begroeiing tussen toestel en ontvanger.
  • Toestellen die alleen op Bluetooth 4 Legacy uitzenden, met een lager zendvermogen.
  • Drukte in de 2,4 GHz-band, bijvoorbeeld door publiek-wifi op een evenemententerrein.
  • Zware regen en natte begroeiing, vooral in de 5 GHz-band.

Wij geven per locatie een onderbouwde opgave op basis van uw plattegrond en de beschikbare opstelpunten, in plaats van één getal dat overal zou moeten gelden. De meetopzet erachter lichten wij op verzoek toe.

Vragen over normen of koppelvlakken?

Wij lopen graag met uw technisch team of uw leverancier door welke standaarden voor uw situatie gelden en hoe de koppeling eruitziet.