- Evenementen
- Praktijk
- Beveiliging
Dronedetectie bij evenementen: waar begint u?
Van vergunningsvoorwaarde tot melding op de telefoon van uw beveiliger. Een praktische aanpak in zes stappen, gebaseerd op vier grote evenementen in 2026.
Gepubliceerd op · 8 min leestijd
Bijna elke evenementenvergunning in Nederland bevat tegenwoordig een bepaling over drones. Meestal een verbod, soms een verplichting om te melden. De vraag die organisatoren ons stellen is zelden of ze iets moeten doen, maar wat, en in welke volgorde. Dit artikel beschrijft de aanpak die wij in 2026 bij Paaspop, de Vierdaagse, Hullabaloo en het Bloemencorso hebben gebruikt.
1. Begin bij de vergunning en het risico
Lees wat de gemeente precies vraagt. Staat er alleen een verbod, dan is de vraag hoe u dat verbod zichtbaar maakt. Staat er een verplichting om waarnemingen te registreren, dan heeft u ook een bewaartermijn en een rapportage nodig. Bespreek daarna met beveiliging en politie welk risico u wilt afdekken. Een drone boven het publiek is een ander risico dan een drone die de camping filmt.
2. Bepaal wat u wilt zien
Voor de meeste evenementen zijn drie vragen voldoende: vliegt er iets, waar hangt het en waar staat de piloot. Remote ID beantwoordt alle drie. Wilt u ook drones zonder Remote ID zien, dan komt daar radar of een RF-scanner bij, met een aanzienlijk hoger budget en langere voorbereiding. Voor publieksevenementen is dat zelden nodig: de drones die daar vliegen zijn consumentendrones die uitzenden.
3. Kies de plaatsing
Een Remote ID-ontvanger werkt op zichtlijn. Hoogte is belangrijker dan aantal. Eén unit op een lichtmast van twaalf meter in het midden van het terrein ziet meer dan drie units op ooghoogte langs de rand. Kijk in de plattegrond naar bestaande hoge punten: podiumtorens, lichtmasten, daken van vaste gebouwen, hoogwerkers die er toch al staan.
- Compact festivalterrein: één unit centraal, eventueel een tweede voor de camping
- Stadsevenement: twee tot vier units op daken rond het gebied
- Route of corso: een keten van units om de zes tot acht kilometer, afhankelijk van bebouwing
Regel stroom en netwerk per positie. Een netwerkkabel met PoE is het eenvoudigst. Waar die er niet is, gebruikt u een 4G-module, zoals wij bij de Vierdaagse en het Bloemencorso deden.
4. Teken de zones vooraf
Een detectie is pas nuttig als de juiste persoon hem ziet. Teken daarom in het platform zones rond de plekken die ertoe doen: het publieksgebied, het podium, de landingsplaats van de traumaheli, de aanrijroute van hulpdiensten. Koppel elke zone aan een ontvanger: de meldkamer, de teamleider beveiliging, het politieteam op straat. Doe dat een week vooraf en test het met een eigen drone.
5. Spreek af wie wat doet
De techniek toont de piloot op de kaart. Wat er daarna gebeurt, is mensenwerk. Bij Paaspop ging beveiliging naar piloten binnen het terrein en politie naar piloten op de openbare weg. Bij de Vierdaagse kreeg het politieteam op straat de meldingen rechtstreeks op de telefoon. Leg die afspraken vast in het draaiboek en oefen ze in de briefing.
Houd het gesprek met een piloot zakelijk. In onze ervaring weet de meerderheid niet dat er een verbod geldt en landt direct na een verzoek. Het platform bewaart de waarneming, zodat u bij herhaling kunt aantonen dat het niet de eerste keer was.
6. Evalueer met de gegevens
Na afloop exporteert u alle waarnemingen: tijdstip, positie, hoogte, serienummer. Dat overzicht is bruikbaar voor de evaluatie met de gemeente en voor de vergunningsaanvraag van volgend jaar. Bij het Bloemencorso gebruikte de organisatie de gegevens per gemeente om te onderbouwen waar extra communicatie richting omwonenden nodig was.
Hoeveel tijd kost dit?
Met een operator van AEROTECT is uw eigen inzet beperkt tot een intakegesprek van een half uur, het aanleveren van de plattegrond en het opnemen van de afspraken in het draaiboek. Plaatsing en test doen wij een dag vooraf. Bij zelf bedienen komt daar het monteren van de units bij, wat met het meegeleverde materiaal ongeveer een uur per unit kost.